direct naar inhoud van 3.3 Milieu
vastgesteld
NL.IMRO.0114.2013009-0501

3.3 Milieu

3.3.1 Geluid

Regels ten aanzien van geluidhinder zijn vastgelegd in de Wet geluidhinder (Wgh). Het doel van de Wet geluidhinder is tweeledig. Enerzijds de bescherming van het milieu en anderzijds de bescherming van de volksgezondheid. Bepalend is steeds de situering van geluidsbronnen ten opzichte van geluidsgevoelige bestemmingen zoals woningen en scholen. De Wgh gaat uit van zones langs wegen, spoorwegen en industrieterreinen. Binnen dergelijke zones zijn nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen alleen toegestaan indien de geluidsbelasting op de buitengevel onder of hoogstens gelijk is aan de voorkeursgrens- waarde.

Hinder van spoorweglawaai is niet aan de orde op deze locatie. het bijbehorende rapport is opgenomen in bijlage 4.

3.3.1.1 Wegverkeerslawaai

De te bouwen woning is gelegen binnen de wettelijke geluidszondes van de Bladderswijk OZ en de Bladderswijk WZ. Op grond van de Wet geluidhinder moet in dergelijke situaties onderzoek plaatsvinden naar de geluidsbelasting door deze wegen. De Bladderswijk OZ is maatgevend voor de berekening. Op deze weg geldt een maximum snelheid van 60 km/uur. Uit de berekening blijkt dat de voorkeursgrenswaarde van 48 dB niet wordt overschreden. Vanuit akoestisch oogpunt is het mogelijk om de woning te bouwen.

3.3.1.2 Industrielawaai

Ten oosten van de te bouwen woning ligt het bedrijventerrein Pollux. Dit bedrijventerrein is aangemerkt voor bedrijven met maximaal categorie 3. Conform de VNG-brochuregeldt een richtafstand van 100 meter. Daar de woning op een afstan van circa 200 meter van dit bedrijventerrein wordt gebouwd, kan worden gesteld dat er voldoende afstand in acht wordt genomen.

3.3.2 Lucht

De wijze van berekening van de concentraties luchtverontreinigende stoffen is vastgelegd in de Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007. Omdat er geen significante ontwikkelingen in het plangebied of rondom het plangebied gepland zijn, zal de concentratie van de NOX en fijnstof niet veranderen. Hierdoor betekent de luchtkwaliteit geen belemmering voor het verlenen van een omgevingsvergunning.

3.3.3 Bodem

De aanwezigheid van bodemverontreiniging kan gevolgen hebben voor het gebruik van de locatie. Niet alleen kan dit betekenen dat op het perceel gebruiksbeperkingen liggen. Ook kan het zo zijn dat de bodemverontreiniging de bestemming van de locatie in de weg staat. Het nemen van saneringsmaatregelen of het verwijderen van de bodemverontreiniging kan deze belemmering weer opheffen.

Binnen de gemeente Emmen wordt op vele manieren grond hergebruikt en toegepast. Al het hergebruik en toepassen van grond dient te worden gemeld bij de gemeente Emmen. Bij de melding dient tevens een milieuhygiƫnische verklaring te worden overlegd om te bepalen wat de kwaliteit van de grond is. Soms is het mogelijk om grond her te gebruiken of toe te passen zonder milieuhygiƫnische verklaring. De gemeente Emmen heeft hiervoor in februari 2007, op basis van de Vrijstellingsregeling grondverzet, een bodemheersplan en bodemkwaliteitskaart vastgesteld. Grond afkomstig van een locatie, welke als niet verdacht wordt beschouwd van bodemverontreiniging, kan op basis van de bodemkwaliteitskaart worden hergebruikt of toegepast.

3.3.3.1 Bodemonderzoek

Door Sigma Bouw en Milieu bv is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd in juni 2010. Naast de historische gegevens is een daadwerkelijk bodemonderzoek uitgevoerd. Er zijn 8 boringen gedaan en een peilbuis geplaatst. Zintuigelijk zijn in de meeste boringen puinsporen waargenomen. Bij boring 1 en 2 is een mestgeur waargenomen. Zowel het boven- als het ondergrondmengmonster is niet verontreinigd met de onderzochte parameters. Gebleken is dat de vrijkomende grond multifunctioneel toepasbaar is en dat een omgevingsvergunning zonder voorwaarden op het aspect bodem kan worden verleend.

Het verkennend bodemonderzoek is opgenomen in bijlage 5.