direct naar inhoud van 4.2 Landschappelijke inpassing
Plan: Emmer-Compascuum, Westelijke Doorsnee ZZ (bouwbedrijf Lippold)
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0114.2011024-0701

4.2 Landschappelijke inpassing

Het zuidelijk deel van Emmer-Compascuum en omgeving laat zich omschrijven op basis enkele gebiedskenmerken. De locatie maakt deel uit van de Westelijke Blokplaatsen; een grootschalig veenontginningsblok, ontgonnen volgens het enkelkanaalsysteem. Het gebied is vanuit het noorden aan snee gebracht. Loodrecht op het Oosterdiep werd Kanaal EE gegraven. Met uitzondering van de meest westelijke wijk werden loodrecht op Kanaal EE vervolgens de gewone wijken en zwetsloten gegraven, het veen afgegraven en het gebied geschikt gemaakt voor landbouwgrond.

In tegenstelling tot het dubbel kanaal systeem is bij het enkel kanaal geen nederzetting gepland. Na de vervening vond aan de landkant (bij de Westelijke Doorsnee de zuidzijde) soms wel en soms niet boerderijbouw plaats. Deze boerderijen liggen meestal met het voorhuis aan de weg en de nok loodrecht op het kanaal. Aan de andere zijde van het kanaal is een hoofdweg aangelegd en is een lint met burgerbebouwing ontstaan.

Vergelijkbaar met de aanwezigheid van een lint(je) met burgerbebouwing zijn er soms wel en soms geen bomenrij(en) aangelegd. Indien er bomenrij(en) staan dan staan deze veelal bij de burgerbebouwing en altijd aan de zijde van de hoofdweg. Aan de landkant bepaalt het priv├ęgroen rond de boerderijen het beeld. De noordzijde, burgerkant, is tegenwoordig vrij van beplanting en aan de zuidzijde is tussen de weg en het kanaal is een bomenrij (gedeeltelijk) aanwezig.

Gelet op deze omschrijving dient het grootschalige open landschap in acht te worden genomen bij de landschappelijke inpassing van de bebouwing en het erf aan de Westelijke Doorsnee ZZ. Zo dient de ruimte langs het water van de Westelijke Doorsnee te worden gerespecteerd door de oever en het erf open te houden.

Sierbeplanting zoals solitaire bomen en beukenhaag passen bij het voorerf bij het woongedeelte. Achter op het erf past een sobere, inheemse beplanting, waarbij een doorzicht naar de Westelijke Blokplaatsen, dus richting landgoed Scholtenszathe in acht wordt genomen.

Het inpassingsplan is opgenomen in de bijlage.

Met het oog op de inpassing van de schuur in het landschapsbeeld dient geen verrommeling van het erf plaats te vinden. Dit betekent dat de (machinale) bedrijfsactiviteiten en opslag alleen plaats mogen vinden binnen de bestaande schuur. Buitenopslag is niet toegestaan, dit leidt tot verrommeling van het erf en het landschap. Om de kleinschaligheid te waarborgen kan op voorhand gesteld worden dat uitbreiding van bebouwing niet is toegestaan.