direct naar inhoud van Artikel 13 Bedrijf - Norit
Plan: Klazienaveen
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0114.2009032-0701

Artikel 13 Bedrijf - Norit

13.1 Bestemmingsomschrijving

De voor Bedrijf - Norit aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. turfverwerkende bedrijven, met inbegrip van de vervaardiging en verwerking van actieve kool, met bijbehorende activiteiten (Norit NV);
  • b. bedrijfsgebouwen;
  • c. opslag ter plaatse van de aanduiding "opslag";
  • d. waterhuishoudkundige voorzieningen ter plaatse van de aanduiding "water";

met de daarbij behorende:

  • e. andere bouwwerken;
  • f. toegangswegen in- en uitritten;
  • g. parkeervoorzieningen;
  • h. groenvoorzieningen;
  • i. geluidswerende voorzieningen;
  • j. kunstwerken en waterwerken;
  • k. nutsvoorzieningen en waterhuishoudkundige voorzieningen;
13.2 Bouwregels
13.2.1 Gebouwen

Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen:

  • a. gebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd;
  • b. ter plaatse van de maatvoeringaanduiding "bebouwingspercentage terrein (%)" staat per bouwvlak het maximale bebouwingspercentage aangegeven, indien geen bebouwingspercentage is aangegeven mag het bouwvlak 100% bebouwd worden;
  • c. ter plaatse van de maatvoeringaanduiding "maximum bouwhoogte" mag de bouwhoogte van het (hoofd)gebouw niet meer bedragen dan is aangegeven, danwel de bestaande bouwhoogte indien geen of een andere dan de bestaande bouwhoogte is aangegeven;
  • d. ter plaatse van de maatvoeringaanduiding "maximum goothoogte" mag de goothoogte van het (hoofd)gebouw niet meer bedragen dan is aangegeven, danwel de bestaande goothoogte indien geen of een andere dan de bestaande goothoogte is aangegeven;
13.2.2 Andere bouwwerken

Voor het bouwen van andere bouwwerken gelden de volgende bepalingen:

  • a. de bouwhoogte van een ander bouwwerk mag maximaal 3 meter bedragen met dien verstande dat de bouwhoogte van lichtmasten en vlaggenmasten maximaal 10 meter mag bedragen;
  • b. in afwijking van het bepaalde in artikel 13.2.2 onder a. mag de bouwhoogte van antennes, silo's, schoorstenen, installaties, werktuigen en andere hiermee qua aard vergelijkbare andere bouwwerken binnen het bouwvlak maximaal 40 meter bedragen;
13.3 Nadere eisen
13.3.1 Bevoegdheid

Burgemeester en Wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de gebouwen, wat betreft:

  • a. de woonsituatie;
  • b. het straat- en bebouwingsbeeld;
  • c. cultuurhistorie;
  • d. verkeersveiligheid;
  • e. sociale veiligheid;
  • f. brandveiligheid, externe veiligheid en rampenbestrijding;
  • g. milieusituatie;
  • h. de gebruiksmogelijkheden in andere bestemmingen.
13.4 Afwijken van de bouwregels
13.4.1 Bevoegdheid

Burgemeester en Wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in:

  • a. artikel 13.2.1 onder a. en toestaan dat het gebouw gedeeltelijk buiten het bouwvlak wordt gebouwd, mits het oppervlakte aan bebouwing niet wordt vermeerderd;
  • b. artikel 13.2.2 onder a. en toestaan dat de bouwhoogte van een ander bouwwerk maximaal 12 meter mag bedragen, onder voorwaarde dat de bouwhoogte binnen 3 meter van de erfgrens ten hoogste 3,5 meter bedraagt;
13.4.2 Beperking

De toepassing van de in artikel 13.4.1 genoemde afwijking is beperkt tot incidentele gevallen, waarbij het functioneren van de bestemming begrepen doeleinden en omliggende bestemmingen niet mag worden aangetast. In de afweging om omgevingsvergunning te verlenen worden in ieder geval de woonsituatie, het straat- en bebouwingsbeeld, de cultuurhistorie, de verkeersveiligheid, de (sociale) veiligheid, brandveiligheid/ externe veiligheid en rampenbestrijding, de milieusituatie, de gebruiksmogelijkheden in andere bestemmingen in acht genomen. Indien de genoemde waarden en of belangen onevenredig worden geschaad wordt de omgevingsvergunning niet verleend;

13.5 Specifieke gebruiksregels

Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming wordt in ieder geval gerekend:

  • a. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van detailhandel, dit behoudens voor zover een aanduiding detailhandel op de verbeelding is aangegeven;
  • b. het gebruiken van gronden en bouwwerken voor andere doeleinden dan opslag, parkeren en distributie ten behoeve van de bestemming ter plaatse van de aanduiding "opslag";
  • c. het bewonen van bedrijfsgebouwen of bijbehorende bouwwerken;
13.6 Afwijken van de gebruiksregels
13.6.1 Bevoegdheid

Burgemeester en Wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in:

  • a. artikel 13.1 en toestaan dat andere bedrijven die in aard en omvang gelijk zijn aan de milieucategorie 3.2 bedrijven op de in Bijlage 3 bijgevoegde Staat van inrichtingen "Bedrijventerrein Klazienaveen" zich mogen vestigen binnen de voor Bedrijf - Norit¬†bestemde gronden;
  • b. De toepassing van de in artikel 13.6.1 onder a. genoemde afwijking is beperkt tot incidentele gevallen, waarbij het functioneren van de bestemming begrepen doeleinden en omliggende bestemmingen niet mag worden aangetast. In de afweging om omgevingsvergunning te verlenen worden in ieder geval de woonsituatie, het straat- en bebouwingsbeeld, de cultuurhistorie, de verkeersveiligheid, de (sociale) veiligheid, brandveiligheid/ externe veiligheid en rampenbestrijding, de milieusituatie, de gebruiksmogelijkheden in andere bestemmingen in acht genomen. Indien de genoemde waarden en of belangen onevenredig worden geschaad wordt de omgevingsvergunning niet verleend;